Door Martin van Eeken. Dit artikel is eerder gepubliceerd in het FD van 16 januari 2012
De vraag daarbij is: wie betaalt voor deze zorg? Als je de prikkel bij de zorgverzekeraar neerlegt, zouden consumenten contracten over meerdere jaren met hem moeten afsluiten. Dan vallen zowel de lusten (lagere schadelast in de toekomst) als de lasten (nu preventieve zorg) bij een en dezelfde verzekeraar, die dan bereid is te investeren in preventie. Alleen druist dit in tegen de geïntroduceerde marktwerking waardoor de consument jaarlijks kan wisselen. Het ziekenhuis haalt juist zijn inkomsten uit het genezen van zieken en niet uit het voorkomen van ziektes.
Blijft de vraag: hoe dan wel. Omdat preventie moeilijk te combineren is met marktwerking, is daarbij een belangrijke rol weggelegd voor de overheid. Maar de basis voor dit systeem bestaat al. In Nederland is zuigelingenzorg vanzelfsprekend. Preventieve controles om in een vroeg stadium problemen op te sporen en te behandelen leiden tot een gezond opgroeiend kind. Vroeg medisch handelen leidt tot enorme kostenbesparingen op latere leeftijd en een gezondere bevolking. Dan blijft slechts één vraag: waarom stoppen we ermee als het kind 12 is?
Door middel van E-health en een jaarlijkse invulling van vragenlijsten kan via doelgerichte screening een aantal risicogroepen vroegtijdig geïdentificeerd worden. Door vroegtijdige bijsturing kunnen omvangrijke zorgkosten bespaard worden. Dit leidt tot lagere schadelast, waardoor de premies omlaag kunnen en de druk van de toenemende zorgvraag op zorginstellingen relatief afneemt. Voor de overheid heeft dit als voordeel dat de zorgkosten een minder groot beslag leggen op het bbp.
Martin van Eeken is partner bij ConQuaestor, sector Gezondheidszorg.
- Branches
- Vakgebieden
- Namen

